Het Corona-tijdperk: van betekenis zijn in de zorg

Graag ben ik voor een ander van betekenis én stilzitten kan ik slecht. De laatste tijd was mijn agenda wat minder druk. Enkele vaste SEO-klanten gaan gebukt onder de lockdown door de Coronacrisis en de BSO ligt stil. Dus besloot uit mijn comfort-zone te stappen om zo toch wat voor anderen te kunnen betekenen. Ik besloot in de zorg bij te springen.

Ik probeerde het als vrijwilliger bij een aantal organisaties. Maar ik werd na weken wachten afgewezen of hoorde niets. Vervolgens besloot ik me als ZZP’er in de zorg aan te bieden en maakte met een detacheringsbureau alle papieren in orde. En zo kwam ik aan mijn eerste diensten.

Afgelopen week draaide ik mijn eerste 3 avonddiensten als helpende in een verzorgingshuis. Het was gelijk mijn vuurdoop.

Zoeken en wennen

De eerste avond was wennen. Niet alleen was alles even zoeken, ook veel handelingen waren nieuw. En door Corona was er veel extra werk. Het was flink aanpoten en er was weinig gelegenheid voor uitleg. Als gastouder heb ik het diploma Helpende gehaald, maar ik had geen enkele ervaring in de ouderenzorg. Gelukkig was iedereen super aardig, zowel de collega’s als de cliënten. Trots op mezelf keerde ik huiswaarts. Wat een lieve mensen allemaal! En fijn dat ik zoveel kon doen.

Thuis gekomen merkte ik dat ik ook emotioneel geraakt was. Vooral de eenzaamheid deed mij veel. Cliënten zitten veel op hun eigen kamer en er mag geen bezoek komen. Een mevrouw die onlangs in het verzorgingshuis was komen wonen, trof ik in tranen aan. Natuurlijk maak je een babbeltje. Maar er is zoveel te doen, dat echt de tijd voor iemand nemen lastig is. Je voelt continu de druk om weer door te moeten.

Ook was er een meneer waar het helemaal niet goed mee ging. Moederziel alleen lag hij op zijn kamer aan de beademing. Gelukkig sliep hij veel, maar ik voelde me er alles behalve prettig bij. Met een boog liep ik om zijn kamer heen en liet ik mijn collega’s de verzorging doen. Ik was bang dat het te heftig voor mij zou zijn.

 

Terwijl ik hem zachtjes waste zag ik dat hij stierf

De tweede avond ging me veel makkelijker af. Ik werkte met grotendeels hetzelfde team als de avond ervoor en ik mocht dezelfde cliënten helpen. Het ging super goed en ik merkte dat mijn onzekerheid al flink afnam.

Op de gang kwam ik de verpleegkundige tegen die uit een kamer kwam. Hij gaf me een bord eten. De meneer waar het niet zo goed mee ging was wakker en moest nu eten hebben, voordat hij weer zou gaan slapen. Of ik dat wilde doen? Natuurlijk!

Ik zat aan zijn bed en de meneer lag raspend aan de beademing. Alles kostte hem moeite. Maar het eten vond hij heerlijk. Ik voelde dat hij heel gespannen was en wreef hem over zijn schouder. Ik vertelde over de geluiden die hij kon horen. Kinderen waren buiten aan het spelen en skateboarden. De zon scheen en ging langzaam onder. De meneer ontspande duidelijk. Hij communiceerde met het schudden of knikken van zijn hoofd. Ineens stokte zijn adem. Snel pakte ik water en sommeerde hem wat te drinken. Hij herpakte zich en gorgelde hard. Toen hij weer rustig was gaf hem een heerlijk toetje. Hij had echt alles opgegeten en er zichtbaar van genoten. Ik wreef over zijn schouder en hij viel in slaap. Ik liet hem weer alleen achter op zijn kamer. Dat voelde raar, want ik had het idee dat hij het niet heel lang meer vol zou houden.

Aan het einde van de avond, toen ik de laatste cliënt naar bed had gebracht, kwam ik langs zijn kamer. In de gang hing een enorm indringende poepgeur. Mijn 2 collega’s waren bij hem. Hij leek stervende en had alles laten lopen. Toen ik bij hem kwam herpakte hij zich. Zijn ademhaling herstelde zich en de verpleegkundige ging bellen met de arts om te overleggen wat we nu het beste konden doen. Ik vroeg hem direct de familie in te schakelen. In mijn ogen kon hij elk moment sterven.

Samen met een collega wasten we hem ondertussen. Zou de familie zo komen, dan wilden we niet dat ze hem zo zouden zien. De washandjes waren wat koud en ik maakte nieuwe met lekker warm water. Mijn collega rolde hem wat naar mij toe en ik waste hem zachtjes. Ik voelde dat hij stierf, zag dat hij zijn mond dicht deed en zijn mimiek veranderde. Ik zei tegen mijn collega dat hij dood ging. Ze checkte zijn hartslag, maar die was niet meer voelbaar. Terwijl we daar met z’n tweeën aan zijn bed stonden ging hij dood.

We sloten zijn ogen volledig en zetten de beademing stil. We besloten hem klaar te maken voor de familie. We zochten zijn mooiste kleren uit, kleedden hem aan, schoren hem en legde rollen handdoeken onder zijn kin. We maakten de kamer schoon, deden wat schermlampjes aan en zetten de foto’s van zijn dierbaren prominent neer. Ik slikte. Geen van hen was erbij geweest. Toen we naar huis gingen arriveerde de arts. Die moest hem nog officieel dood verklaren.

Thuis moest ik ook deze avond verwerken. Ik was intens verdrietig. Die man was zonder zijn familie gestorven. Maar wat mijn collega’s tegen me hadden gezegd was ook waar; hij had een prachtig laatste helder moment gehad toen ik hem eten had gegeven. En toen hij stierf was het dan wel niet bij zijn familie, maar hij was niet alleen. Ik en mijn collega waren er voor hem geweest.

Die nacht sliep ik wederom slecht. Toen ik eenmaal in slaap viel droomde ik alles aan elkaar. Maar toen ik de volgende ochtend wakker werd voelde ik me goed. Het was heftig geweest, maar ook heel mooi. Hoe gek dat ook klinkt.

 

Alles anders

De derde avond had ik dienst met andere collega’s dan die avond ervoor. Ik was wat moe en het verliep chaotisch. Ze hadden een andere aanpak dan de collega’s met wie ik in het weekend had gewerkt. Ze deden het meer volgens hun interne protocol, wat inhield dat we vaker langs iedere kamer moesten. We werkten allemaal heel hard, maar het was toch al laat voordat we iedereen van eten en drinken hadden voorzien.

Twee cliënten hadden symptomen gekregen uit het lijstje van Corona verschijnselen. Daar moesten we beschermd naar binnen. Een van hen gaf ik eten. Toen ik me volledig had ingepakt met handschoenen, schort, mondmasker en bril dacht ik aan mijn vader. Ik hoorde zijn stem: “doe je wel voorzichtig meid”. “Ik doe mijn best”, mompelde ik in mezelf terug. Maar dit was voor mij ook de eerste keer en meer dan een papiertje met instructies had ik niet.

Een deel van de ‘makkelijke’ cliënten waar ik de eerste dagen was geweest, hadden mijn 2 andere collega’s intussen al gedaan. Wat een tempo hadden zij zeg. Samen deden zij de zware cliënten die met tilliften verzorgd moeten worden. Voor mij kwamen er andere cliënten bij dan de andere avonden. Deze cliënten konden nog minder zelfstandig of waren ‘val-gevaarlijk’. En er zaten een paar pietlutten tussen die ik maar niet in hun nest kreeg, omdat ze steeds weer een ander nutteloos ritueel bedachten. Zoals de gordijnen 2 cm open of schoenveters die helemaal losgehaald moesten worden voordat ze naar bed wilden. Het kostte me moeite. Ik was kapot. En blij dat ik deze avond door was gekomen.

 

Het laten bezinken

De dag erna werd ik pas heel laat wakker. Eindelijk een goede nachtrust deed me goed. Wat een ervaring! Hoewel ik in de avond vrij was moest ik denken aan al die mensen die ik had geholpen in de avonden ervoor. Ik miste ze en merkte dat ik ondanks alles toch graag weer in de auto zou stappen om naar ze toe te gaan. Ik ben klaar voor mijn volgende dienst.